Mijn eerste jaar als zelfstandig kindercoach en –psycholoog zit vol verrassingen. Zo werd ik afgelopen maand geïnterviewd door LINDA-nieuws! Ontzettend gaaf om als kinderpsycholoog een interview te mogen geven over of en hoe je met je kinderen het gesprek aangaat over aanslagen. Gaaf, maar ook moeilijk… Want hoe leg je zoiets in een paar zinnen uit… Daarom in deze blog wat meer uitleg.

Zie hier mijn antwoord aan LINDA-nieuws: http://www.lindanieuws.nl/nieuws/kinderpsycholoog-begin-bij-kleine-kinderen-niet-zelf-over-aanslagen/

Afstemmen dus. Klinkt logisch toch? Toch blijkt dit in de praktijk lastiger dan het lijkt. Tijdens de sleuteltraining 'Hartgrondig opvoeden', komen deelnemers er vaak pas tijdens de rollenspellen achter hoe moeilijk dit eigenlijk is. Voor je het weet bedenk je een oplossing, geef je antwoord, of wordt je boos. Allemaal natuurlijke reacties die 'de deur' naar een waardevol gesprek met je kind 'dichtgooien'.

Niet voor niets heet het boek achter deze opvoedtraining 'Sleutel tot je kind'. Charlotte Visch (schrijver van dit boek en ontwikkelaar van de integratieve kindertherapie) schrijft: "Kinderen houden van filosoferen. Ze verwachten niet dat je overal antwoord op hebt, maar hebben wel de behoefte om je vragen voor te leggen. Volwassenen die pretenderen dat alle vragen van kinderen voor hen zijn bedoeld, vergissen zich en maken zichzelf belangrijker dan ze zijn." (bron: www.sleuteltrainingen.nl).

Hoe zorg je ervoor dat je niet 'de deur dicht gooit', maar een luisterend oor biedt en een klankbord bent wanneer je kinderen moeilijke vragen stellen over onderwerpen waar je ze liever nog even tegen had beschermd? Hier een aantal tips:

- Zie vragen als aanleiding tot een gesprek, niet als een verzoek om antwoord.

- Wees nieuwsgierig naar wat er in je kind omgaat: vragen bieden een kijkje in de gedachtenwereld van je kind!

- Spiegel de emotie van je kind. Dit doe je door zijn/haar lichaamshouding, gezichtsuitdrukking en stemgeluid over te nemen. (Zoals je in gesprekken met volwassenen van nature al doet, let daar maar eens op!)

- Herhaal de woorden van je kind zodat hij/zij zich gehoord voelt, en zichzelf kan corrigeren. "Dus je denkt dat..." "Je wil graag weten..." "Je vind...."

- Stel open vragen die beginnen met 'wat', 'wanneer', 'waar', 'hoe', 'wie', 'welke', 'want'.

- Probeer 'waarom' te vermijden. Zeg niet "Waarom denk je dat..." maar "Dus je denkt dat... Hoe...? Wat maakt dat...? of "Want?"

- Wees niet bang voor stiltes. Kinderen hebben vaak net iets langer nodig om na te denken over een antwoord dan volwassenen. Gun ze die tijd!

Succes met oefenen! Durf fouten te maken en te lachen om jezelf. En vooral: geniet van de prachtige uitspraken, logica, zelfbedachte oplossingen en wijsheden van je kind!

Vandaag werd ik door Lianne Sanders geïnterviewd voor LINDA-nieuws:

http://www.lindanieuws.nl/nieuws/kinderpsycholoog-begin-bij-kleine-kinderen-niet-zelf-over-aanslagen/

Kinderpsycholoog: 'Begin bij kleine kinderen niet zelf over aanslagen'

De aanslag in Orlando is bij iedereen het onderwerp van gesprek. Maar moet je er ook met je kleuter over praten? Wij vroegen het kinderpsycholoog en -personalcoach Patricia van Doorn – van Moorsel (29).

Dinsdag, 14 juni 2016, 16:48 uur

Zo sta je niet met je mond vol tanden bij je kleine spruit.

Lees ook: Erwin Olaf plaatst rouwadvertentie voor slachtoffers Orlando

Is het goed om tegen kleine kinderen zelf te beginnen over een aanslag? “In principe zou ik dat niet doen. Mijn zoontje is vier en met hem heb ik het er nog nooit over gehad. Ik zie het nut niet zo in van erover praten wanneer ze nog nergens mee geconfronteerd zijn. Als ze er iets over hebben gehoord of gezien, ligt dat anders.”

Wat doe je dan? “Wanneer je kind op school of op de kinderopvang iets heeft gehoord over aanslagen of ingrijpende gebeurtenissen, is het belangrijk dat je afstemt en doorvraagt. In plaats van direct antwoord te geven op vragen die je kind heeft, herhaal je wat je kind vertelt of vraagt. ‘Dus je hebt gehoord dat…?’, ‘Tja, waarom doet iemand zo iets…?’ De antwoorden die kinderen bedenken, zijn namelijk veel onschuldiger en logischer dan wij kunnen verzinnen. En belangrijker: op hun eigen niveau.”

En wanneer die antwoorden dan helemaal niet kloppen? “Dan stuur je bij. Maar het blijft belangrijk dat je uitgaat van wat er in het hoofd van je kind zit, in plaats van dat je voor hem gaat denken.”

En als je kind heftige beelden heeft gezien? “Ook dan kun je vragen stellen. Wij denken al snel dat een beeld heel veel indruk maakt op een kind, terwijl dat niet per se zo hoeft te zijn. Bijvoorbeeld de bekende foto van het aangespoelde jongetje: veel kleine kinderen begrijpen de dood nog helemaal niet. Hoevaak spelen ze niet een spelletje waarbij ze elkaar ‘doodschieten’ en daarna weer ‘tot leven wekken’? Het kan dus goed zijn dat zo’n foto helemaal niet zo’n indruk heeft gemaakt. Maar, hiermee wil ik niet zeggen dat je je kind niet, waar nodig, moet beschermen tegen heftige beelden.”

En is dit een aanpak voor alleen kleine kinderen? “Nee hoor, in principe werkt dit voor alle leeftijden. Het stellen van vragen en sturen wanneer je merkt dat iemand de verkeerde kant op denkt, is zelfs voor volwassenen geschikt. De wereld zou er een stuk aangenamer van worden als volwassenen eerst op elkaar afstemmen vóórdat ze op elkaar reageren.”

Patricia van Doorn – van Moorsel is kinderpsycholoog- en coach binnen haar eigen praktijk Kind en Krachtig.

Deze blog schreef ik voor OpgroeiGdis: het sociale medianetwerk voor ouders, opvoeders en leerkrachten.

https://www.opgroeigids.nl/leeshoek/blog/opvoeding-en-tips/opvoeding-en-tips-2/aan-tafel

"Hoe hou je het avondeten – met twee vrolijke jongens die niet stil kunnen zitten en veel geluid produceren – leuk voor de ouders (en voor de buurt)?" Deze vraag zullen meer ouders hebben. Ik vermoed dat het nationaal-ouder-kind-ruzie-niveau dagelijks een hoogtepunt bereikt zo ergens tussen vijf en zeven. Papa en mama moe van een lange werk- of opvoeddag. Kind(eren) hongerig, moe, druk, chagrijnig, of dit alles tegelijk… En je dagelijkse portie geduld: (bijna) op.

Als integratief kindercoach vraag ik me als eerste af: hoe is dit voor de kinderen? Zij zijn wellicht de hele dag op de crèche geweest, of op school en naar de BSO. Ze hebben buiten gespeeld en van alles meegemaakt. Of kastelen gebouwd, geknutseld, gegamed of (iets te veel) filmpjes gekeken. Ze zijn uitdagingen tegengekomen die ze zelf moesten oplossen, en hebben zichzelf overtroffen of teleurgesteld. Kortom: hun kinderhoofdje zit barstensvol nieuwe indrukken en draait tijdens etenstijd overuren om al die ervaringen te verwerken. Geen wonder dat ze druk zijn, lawaai maken en niet stil kunnen zitten!

En dan de ouders… Bewust of onbewust hebben we allemaal zo onze ideeën over hoe een avondmaaltijd eruit moet zien. Er is geen moment waarop de regels uit onze eigen jeugd zó doorklinken in onze opvoeding, als tijdens het avondeten. En we verwachten daardoor zoveel van onze kinderen, dat we het zelf niet eens door hebben! Daarom wil ik je uitdagen het volgende stappenplan op een rustig moment samen met je kind(eren) te doorlopen:

STAP 1 Schrijf op een groot vel papier alle (geschreven en ongeschreven) regels die gelden tijdens het avondeten. Wees hier eerlijk in, en laat je kinderen meedenken. Om je op weg te helpen: Moeten de kinderen hun handen wassen voor het eten? Aan tafel eten? Tegelijk met het hele gezin eten? Bidden voor het eten? Op hun stoel zitten? Op een bepaalde plek zitten? Met bestek eten? Hun bord leeg eten? Praten of juist stil zijn? Aan tafel blijven tot iedereen klaar is?

STAP 2 Pak nu een tweede vel papier, maak twee kolommen en schrijf boven de linker kolom 'REGELS' en boven de rechterkolom 'AFSPRAKEN'. Regels zijn door ouders opgelegd en staan niet ter discussie. Stel jezelf nu bij iedere 'regel' uit STAP 1 de vraag: "Is dit noodzakelijk voor de gezondheid of veiligheid van mijn kind(eren)?" Zo ja, dan leg je aan je kind uit waarom deze regel zo belangrijk is, en zet hem onder REGELS. Zo nee, dan is het geen regel maar een verwachting. Deze neem je mee naar stap 3.

STAP 3 Loop nu deze 'verwachtingen' (de overgebleven 'regels' van stap 1) door. Vraag jezelf bij iedere 'regel' af: 'Waarom vind ik het belangrijk dat mijn kind dit doet of laat?' Heb je daar geen antwoord op, schrap de regel dan. Heb je wel een goed antwoord? Leg je doel uit aan je kind(eren) (bijvoorbeeld: ik wil dat de buren geen last van ons hebben) en bedenk samen oplossingen en afspraken om dit doel te bereiken. Schrijf de nieuwe set afspraken onder 'afspraken', en streep de overbodige regels door.

TADA! Daar is ie dan: jullie eigen set regels en afspraken. Waaraan alle gezinsleden elkáár kunnen herinneren. Je kind voelt zich serieus genomen, gezien en gehoord, en kan daardoor meer zijn best doen om zich aan de gemaakte afspraken te houden. Dat scheelt alvast de helft...

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Er zijn nog geen tags.
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

© 2020 Teksten van deze website mogen niet worden gekopieerd | Kind en Krachtig | De Milan Viscontilaan 45, De Meern | info@kindenkrachtig.nl | 06-39709071