Met mijn psychologiediploma op zak, behaalde ik in 2016 mijn diploma 'integratieve kindercoach' en in 2017 mijn diploma 'integratieve kindercounselor'. Inmiddels ben ik hard aan het leren om 'integratieve kindermediator' te worden, om uiteindelijk de 'integratieve kindertherapie' te beoefenen. “Maar wat dóe je nu eigenlijk, als integratieve kindertherapeut?” Die vraag krijg ik geregeld, en daar is geen eenvoudig antwoord op. Wat ik ‘doe’ stem ik namelijk voortdurend af op waar een kind last van heeft, hoe hij/zij dit wil oplossen en welke materialen hij/zij daarvoor wil gebruiken. Toch ga ik een poging doen om uit te leggen wat mijn werk inhoudt.

Uitgangspunten

Ten eerste werkt een integratieve kindertherapeut (i.o.) vraaggestuurd en procesgericht. De (hulp)vraag of klacht van het kind staat centraal, en ik stuur zijn/haar proces van de huidige situatie naar de gewenste toestand. Daarbij maak ik gebruik van het beeldenrijk (daar waar de dag- en nachtdromen plaatsvinden), om het zelfhelend vermogen te stimuleren. Volgt u het nog?

Vraaggestuurd en procesgericht.

Als een kind wordt aangemeld, is dat meestal met een klacht die aan de buitenkant goed zichtbaar is. Het ene kind heeft driftbuien, het andere lijkt depressief, sommige kinderen durven niet alleen te slapen, en anderen eten niet. Kinderen kunnen medisch onverklaarbare somatische klachten hebben (buikpijn, hoofdpijn, zindelijkheidsproblemen, etc.), of zich ‘onhandelbaar’ gedragen, angstig zijn, of 'onaangepast’. Geregeld blijkt deze zichtbare klacht een ‘beschermer’ te zijn, die het kind beschermt tegen een naar gevoel dat hij (nog) niet kan verdragen.

Als integratieve kindertherapeut (i.o.) help ik een kind spelenderwijs onderzoeken waar hij zélf last van heeft, welk gevoel of welke overtuiging daaraan ten grondslag ligt en wat hij nodig heeft om dit gevoel te kunnen verdragen, omarmen en integreren. Vaak ligt dat niet zo aan de oppervlakte en kan een kind dat ook niet zo maar bedenken of benoemen. Maar iets in het kind weet precies wat er aan de hand is, welk gevoel of welke ervaring nog niet geïntegreerd is. En daar gaan we naar op zoek. ‘Het kind kan het, weet het en doet het’.

Zelfhelend vermogen Daarbij maak ik gebruik van het ‘beeldenrijk’ om het zelfhelend vermogen te stimuleren. Iedereen die ooit een wondje heeft gehad, kent het ‘zelfhelend vermogen’ van ons lichaam. Bloed zorgt ervoor dat er geen infectie optreedt, er wordt een korstje (beschermer) gemaakt zodat de huid daaronder in alle rust kan herstellen, en als de huid hersteld is, valt het korstje eraf. Soms is een wond echter zo groot dat er een pleister, hechting of zelfs een operatie nodig is, voordat het zelfhelend vermogen het weer kan overnemen.

Met de geest (je psyche) werkt het net zo. Bijna alles wat je ervaart wordt ongemerkt in je dromen (in ‘het beeldenrijk’) verwerkt. Soms is iets wat je ervaart zo overweldigend, dat je meer tijd, rust en slaap nodig hebt om dit te kunnen verwerken. En soms is een coach, counselor, of therapeut nodig, omdat het zelfhelend vermogen even niet genoeg is. Voor kinderen is vrijwel elke ervaring nieuw, en gelukkig kunnen kinderen heel goed spelen en laten ze daarbij hun verbeelding de vrije loop (waardoor ze ook in spel al veel verwerken). Een integratieve therapeut (i.o.) helpt een kind in zijn of haar eigen beeldenrijk onderzoeken wat er aan de hand is, wat er nodig is, en wat een kind aan hulpbronnen heeft om het zelfhelend vermogen weer te stimuleren. We sturen het proces, maar uiteindelijk is het het kind zelf die zijn of haar eigen 'klacht' oplost. Om met een stuk meer zelfkennis, zelfvertrouwen, en zelfwaarde de praktijk weer te verlaten.

Mijn eerste jaar als zelfstandig kindercoach en –psycholoog zit vol verrassingen. Zo werd ik afgelopen maand geïnterviewd door LINDA-nieuws! Ontzettend gaaf om als kinderpsycholoog een interview te mogen geven over of en hoe je met je kinderen het gesprek aangaat over aanslagen. Gaaf, maar ook moeilijk… Want hoe leg je zoiets in een paar zinnen uit… Daarom in deze blog wat meer uitleg.

Zie hier mijn antwoord aan LINDA-nieuws: http://www.lindanieuws.nl/nieuws/kinderpsycholoog-begin-bij-kleine-kinderen-niet-zelf-over-aanslagen/

Afstemmen dus. Klinkt logisch toch? Toch blijkt dit in de praktijk lastiger dan het lijkt. Tijdens de sleuteltraining 'Hartgrondig opvoeden', komen deelnemers er vaak pas tijdens de rollenspellen achter hoe moeilijk dit eigenlijk is. Voor je het weet bedenk je een oplossing, geef je antwoord, of wordt je boos. Allemaal natuurlijke reacties die 'de deur' naar een waardevol gesprek met je kind 'dichtgooien'.

Niet voor niets heet het boek achter deze opvoedtraining 'Sleutel tot je kind'. Charlotte Visch (schrijver van dit boek en ontwikkelaar van de integratieve kindertherapie) schrijft: "Kinderen houden van filosoferen. Ze verwachten niet dat je overal antwoord op hebt, maar hebben wel de behoefte om je vragen voor te leggen. Volwassenen die pretenderen dat alle vragen van kinderen voor hen zijn bedoeld, vergissen zich en maken zichzelf belangrijker dan ze zijn." (bron: www.sleuteltrainingen.nl).

Hoe zorg je ervoor dat je niet 'de deur dicht gooit', maar een luisterend oor biedt en een klankbord bent wanneer je kinderen moeilijke vragen stellen over onderwerpen waar je ze liever nog even tegen had beschermd? Hier een aantal tips:

- Zie vragen als aanleiding tot een gesprek, niet als een verzoek om antwoord.

- Wees nieuwsgierig naar wat er in je kind omgaat: vragen bieden een kijkje in de gedachtenwereld van je kind!

- Spiegel de emotie van je kind. Dit doe je door zijn/haar lichaamshouding, gezichtsuitdrukking en stemgeluid over te nemen. (Zoals je in gesprekken met volwassenen van nature al doet, let daar maar eens op!)

- Herhaal de woorden van je kind zodat hij/zij zich gehoord voelt, en zichzelf kan corrigeren. "Dus je denkt dat..." "Je wil graag weten..." "Je vind...."

- Stel open vragen die beginnen met 'wat', 'wanneer', 'waar', 'hoe', 'wie', 'welke', 'want'.

- Probeer 'waarom' te vermijden. Zeg niet "Waarom denk je dat..." maar "Dus je denkt dat... Hoe...? Wat maakt dat...? of "Want?"

- Wees niet bang voor stiltes. Kinderen hebben vaak net iets langer nodig om na te denken over een antwoord dan volwassenen. Gun ze die tijd!

Succes met oefenen! Durf fouten te maken en te lachen om jezelf. En vooral: geniet van de prachtige uitspraken, logica, zelfbedachte oplossingen en wijsheden van je kind!

Vandaag werd ik door Lianne Sanders geïnterviewd voor LINDA-nieuws:

http://www.lindanieuws.nl/nieuws/kinderpsycholoog-begin-bij-kleine-kinderen-niet-zelf-over-aanslagen/

Kinderpsycholoog: 'Begin bij kleine kinderen niet zelf over aanslagen'

De aanslag in Orlando is bij iedereen het onderwerp van gesprek. Maar moet je er ook met je kleuter over praten? Wij vroegen het kinderpsycholoog en -personalcoach Patricia van Doorn – van Moorsel (29).

Dinsdag, 14 juni 2016, 16:48 uur

Zo sta je niet met je mond vol tanden bij je kleine spruit.

Lees ook: Erwin Olaf plaatst rouwadvertentie voor slachtoffers Orlando

Is het goed om tegen kleine kinderen zelf te beginnen over een aanslag? “In principe zou ik dat niet doen. Mijn zoontje is vier en met hem heb ik het er nog nooit over gehad. Ik zie het nut niet zo in van erover praten wanneer ze nog nergens mee geconfronteerd zijn. Als ze er iets over hebben gehoord of gezien, ligt dat anders.”

Wat doe je dan? “Wanneer je kind op school of op de kinderopvang iets heeft gehoord over aanslagen of ingrijpende gebeurtenissen, is het belangrijk dat je afstemt en doorvraagt. In plaats van direct antwoord te geven op vragen die je kind heeft, herhaal je wat je kind vertelt of vraagt. ‘Dus je hebt gehoord dat…?’, ‘Tja, waarom doet iemand zo iets…?’ De antwoorden die kinderen bedenken, zijn namelijk veel onschuldiger en logischer dan wij kunnen verzinnen. En belangrijker: op hun eigen niveau.”

En wanneer die antwoorden dan helemaal niet kloppen? “Dan stuur je bij. Maar het blijft belangrijk dat je uitgaat van wat er in het hoofd van je kind zit, in plaats van dat je voor hem gaat denken.”

En als je kind heftige beelden heeft gezien? “Ook dan kun je vragen stellen. Wij denken al snel dat een beeld heel veel indruk maakt op een kind, terwijl dat niet per se zo hoeft te zijn. Bijvoorbeeld de bekende foto van het aangespoelde jongetje: veel kleine kinderen begrijpen de dood nog helemaal niet. Hoevaak spelen ze niet een spelletje waarbij ze elkaar ‘doodschieten’ en daarna weer ‘tot leven wekken’? Het kan dus goed zijn dat zo’n foto helemaal niet zo’n indruk heeft gemaakt. Maar, hiermee wil ik niet zeggen dat je je kind niet, waar nodig, moet beschermen tegen heftige beelden.”

En is dit een aanpak voor alleen kleine kinderen? “Nee hoor, in principe werkt dit voor alle leeftijden. Het stellen van vragen en sturen wanneer je merkt dat iemand de verkeerde kant op denkt, is zelfs voor volwassenen geschikt. De wereld zou er een stuk aangenamer van worden als volwassenen eerst op elkaar afstemmen vóórdat ze op elkaar reageren.”

Patricia van Doorn – van Moorsel is kinderpsycholoog- en coach binnen haar eigen praktijk Kind en Krachtig.

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Er zijn nog geen tags.
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square
Volg ons